HOE HERKEN JE KAALKOPJES
Je vindt ze op veen- en kleigronden waarop gras groeit, zoals een oude kleidijk of afgegraven duinakkertje. Deze grond is schraal (voedingsarm) of licht bemest. Vind je een paddenstoel op een andere plek, bijvoorbeeld in een bos of op een boom, dan is het zeker geen kaalkopje.
Ze hebben een kegelvormige hoed met een spits bultje. Deze is 5 tot 15 mm in doorsnee en 6 tot 13 mm hoog. Als ze vers zijn, zijn ze olijfgroen tot grijsbruin. Laat je ze drogen dan verkleuren ze naar strogeel tot okerkleurig. De sporen zijn zwart tot paarsachtig-bruin. De lamellen zijn bleek bruin-grijs tot purperbruin. De steel is 5 tot 9 cm lang en ongeveer 1 tot 2 mm in doorsnee.
De kleur van de steel is wittig tot crème. De voet heeft soms een blauwgroene tint. Het vlees van de hoed is grijsbruin tot beige. De smaak is mild en ze ruiken een beetje naar radijs. Opvallend is dat ze een transparant slijmlaagje om zich heen hebben dat je er met een pincet vanaf kunt trekken.
Wanneer je ze een beetje knakt of buigt, zal er een blauwe verkleuring ontstaan. Zie je deze kleur dan weet je zeker met kaalkopjes te maken hebben. Deze kleur ontstaat namelijk doordat de psilocybine oxideert aan de lucht. Andere paddenstoelen bevatten deze stof niet en vertonen daardoor niet eenzelfde verkleuring.
bron:
Azarius