De zon straalt elke kleur, alleen dat zie je niet direkt. Dus ook blauw en rood.
Licht is plantenvoedsel, de voedingsmiddelen zijn slechts bouwstenen voor de plantencellen, maar juist het licht is het die de energie aan de planten geeft. Een plant zet licht om in energie, en licht bestaat uit golven.
Licht bestaat uit heel veel kleuren, volgens het zogenaamde kleurenspectrum lopend van ultraviolet (golflengte kleiner dan 380 nm) tot infrarood (golflengte groter dan 780 nanometer). Al deze kleuren hebben een eigen aparte golflengte. Het zichtbare spectrum gaat van violet (golflengte ongeveer 380 nm) tot donker rood (golflengte ongeveer 780 nm).
Planten hebben voornamelijk blauw en rood licht nodig.
blauw licht (350 - 500 nanometer) stimuleert chlorofyl productie, stimuleert dat cellen actief worden en zorgt ervoor dat de plant de energie krijgt om te groeien.
groen/geel lichte (500 – 650 nanometer) veroorzaken niet veel bij planten.
rood licht (600 - 700 nanometer) maakt suikers van Co2, stimuleert chloroplast productie en zorgt ervoor dat de plant de energie krijgt om te bloeien.
Het heeft weinig zin om andere lichtkleuren op planten te laten stralen. De elektronen op de bladeren kunnen de energiepakketjes die meeliften op andere golflengtes, bijvoorbeeld geel, namelijk niet opvangen. ‘Gele energiepakketjes’ schieten de plant dus gewoon voorbij of worden door het blad weerkaatst.
Onze ogen vangen het meeste licht op uit het groengele gebied. Het komt er dus op aan de juiste kleurencombinatie naar de planten te sturen. Licht zet de fotosynthese in gang en er wordt bladgroen gevormd. Planten zien groen omdat ze het groene licht weerkaatsen en de andere (basis)-kleuren als energie absorberen. Licht uit de rode en blauwe spectrumgebieden vergroot het fotosyntheseproces.
Oranje is ook niks mis mee, maar het is wel belangrijk om te weten hoe een plant groeit of bloeit. Met een 400 watt lamp die van dat oranje licht geeft zal je plant het ook wel doen.