Datum: oktober 2018
Wie: vrouw, 28 jaar, 1.74 m, 62 kg
Ervaren gebruiker
Setting: thuis met mijn partner
Stemming: rustig, nieuwsgierig
We komen net thuis na een dagje sauna en voelen ons helemaal ontspannen. We eten wat, ik ruim de laatste dingetjes in huis op zodat alles er perfect schoon en opgeruimd uitziet, en we hangen wat lampjes en psychedelische doeken omwille van de sfeer. Om 18:00 neem ik anderhalve zegel, wat neer zou moeten komen op ongeveer 250 microgram. Mijn man neemt twee zegels. Mijn gebruikelijke metal playlist laat ik voor wat het is, want tijdens het trippen kies ik liever voor psytrance (oa Hallucinogen, Infected Mushroom, Juno Reactor) en psychill (Ott, Entheogenic, Carbon Based Lifeforms). Ik rommel wat in huis, en na een half uur begin ik de eerste effecten te voelen: trillen, onrustig, ik neem dingen ‘anders’ waar, al kan ik nog niet plaatsen hoe precies. Ik loop rondjes door de woonkamer, vind de muren om me heen plots beklemmend en heb teveel energie, maar durf het niet aan om met zo’n hoge dosering naar buiten te gaan en het risico te lopen buren tegen te komen. Om tot rust te komen zet ik een flauwe komedie op met de muziek op de achtergrond. Het duurt niet lang voordat ik begin te bulderen van het lachen om de flauwe humor en soms ook zomaar. De tranen lopen over mijn wangen en ik rol over de bank van het lachen. Het beeld begint te vervormen, het ene moment lijkt het beeld geschilderd te zijn, het andere moment lijken de mensen gorilla’s te zijn en niet veel later vloeit het beeld over in de muren en kan ik de tv en de muur niet goed meer onderscheiden. Het visuele spektakel begint en ik merk dat de tv me nu vooral afleidt, dus ik zet hem uit.
Zodra de tv uit is wordt de trip heviger. De woonkamer begint flink te transformeren en ik zie vele flikkerende lagen over elkaar heen. De klok, mijn houvast, is niet meer zichtbaar omdat er een soort stoflagen overheen lijken te zitten en de wijzers verspringen steeds. Het geeft niet, ik had me voorgenomen de tijd los te laten. De muren, de meubels en mijn man lijken nu één te zijn, enkel als ik me concentreer kan ik ze onderscheiden. Maar wil ik dat wel? Is alles niet één? Is alles niet hetzelfde?
Communiceren wordt lastiger. Ik merk dat ik de juiste woorden niet meer kan vinden en dat er allemaal vreemde klanken in me opkomen, klanken waarvan ik niet weet wat ze betekenen, maar die vaak terugkomen in mijn trips en waarvan ik weet dat het iets heeft te maken met de oorsprong van ons bestaan. Zelfs de gedachten die in me opkomen kan ik in mijn hoofd niet meer omzetten in woorden. Maar dat hoeft ook niet. Taal is zo beperkt en zo ontoereikend, en door het trachten deze ervaring om te zetten in woorden plaats ik het in hokjes en maak ik de ervaring zo veel kleiner. Toch is er een behoefte om mijn belevenissen te delen, maar elke poging om met mijn man te praten lijkt uit te monden in miscommunicatie. Het geeft niet, hij weet wat er gaande is en we lachen erom, ik vind alles amusant en blijf giechelen.
Ik kan mijn draai niet direct vinden. Ik voel me wat geremd omdat ik te veel bezig ben met wat hoort. Het is de eerste keer in lange tijd dat ik weer eens met iemand trip in plaats van alleen, en ook al is het mijn partner bij wie ik me 100% op mijn gemak voel, ik durf me toch niet helemaal te laten gaan. Ik ben nog altijd bang voor afkeuring, ben bang niet leuk gevonden te worden, raar te doen, en trips confronteren me daar altijd weer mee. Dit is meer een algemene gedachte die losstaat van mijn partner, maar deze gedachten zorgen ervoor dat ik in het dagelijks leven behoorlijk geremd ben en nu wordt dat uitvergroot.
Ik probeer me te focussen op de muziek maar kom niet in een lekker ritme als ik dans. Ik besef me dat ik me te veel focus op dat het er mooi uit moet zien. Maar waarom eigenlijk? Laat los… laat alle kaders los. Ik doe mijn ogen dicht en luister naar mijn gevoel, begin te dansen zoals ik wil, en voel me voor een kort moment één worden met de muziek. Laat los… laat alle kaders los. Mmm, dit voelt goed. Maar door mijn rugpijn moet ik toch al snel weer stoppen. De bodyload is ook vervelend, maar kan erger. Ik tril en ben aan het klappertanden, maar erg hinderlijk is het nog niet. Wel is de rugpijn heftig, maar dat had ik ingecalculeerd. Waarom ik misselijk ben weet ik niet, maar dat zal straks wel minder worden. Ik wil alleen maar water drinken, gesuikerde drank is alleen maar bedacht om winst te maken, en zo onnatuurlijk, waarom drinken we dat eigenlijk? Ik voel een drang meer in contact te staan met mezelf en de natuur.
Ik zie honderden laagjes over elkaar, zo snel en flitsend en zo ongelooflijk complex. De muurschildering van de adelaar komt tot leven, hij vliegt en vliegt en vliegt, tientallen verschillende kleuren flitsen achter hem, omhoog en omhoog, we stijgen op naar een oneindige hoogte. De lampjesketting bestaat plots uit allemaal Egyptische mannetjes, ze dansen op de muziek en spugen in het ritme een soort stoom omhoog. Het zijn losse entiteiten maar samen zijn ze toch één, als een soort aardse, eeuwenoude rups. Door de kaarsjes waan ik me in een soort grot, met fakkels aan de muren. De sfeer is donker maar mooi, heel oud, heilig zelfs misschien. Op de wc zie ik vele patronen in de tegels, maar in de kiertjes tussen de tegels zie ik vooral gezichten uit het oude Egypte. Als ik in de spiegel kijk verandert mijn gezicht van jong naar oud, mooi en lelijk, en hoe langer ik kijk, hoe asymmetrischer mijn gezicht wordt. Mijn ene oog wordt veel groter dan het andere en kijkt bovendien vreselijk scheel. Bijzonder.
De oneindige hoeveelheid van lades van de kastjes in mijn hoofd gaan één voor één open, ik zie ze voor me in hun futuristische en kleurrijke vorm, en ze gaan ook razendsnel weer dicht. Ik ben onder de indruk van de ongelooflijke complexiteit van het universum en besef me wederom hoe klein en nietig ik ben. Mijn ziel wordt compleet blootgelegd, ik word ontleed, ik kan niets verbergen en er wordt niets van mij heel gelaten. Sommige lades roepen heftige emoties op, nee, deze kant wil ik niet op, en gelukkig kan ikhet dan ook goed een andere kant op sturen. Maar moet ik dat wel willen? Wil ik niet óók de donkere kant van mijn geest verkennen? Of durf ik dat soms niet? Even kort denk ik na over de dingen die me ongelukkig maken: mijn constante onvrede over mezelf, het gevoel te kort te schieten als mens, partner en moeder, het moeten leven met chronische pijn en alle beperkingen die dat met zich meebrengt. Maar ook over thema’s buiten mijzelf, zoals dierenleed en vleesconsumptie (en het feit dat ik te laf ben om anderen te overtuigen goede keuzes te maken), opwarming van de aarde, religie en de vele manieren van lijden op de wereld. Het maakt me zo diep triest, maar het is zinloos, dus laat ik het los en kies ik ervoor het niet verder te verkennen.
Ik merk dus dat ik toch vrij veel controle over de trip heb en dat ik in sommige opzichten heel helder ben. Ik kan ook gewoon andere muziek opzetten (iets wat me tijdens vorige trips veel moeite kostte), praten als het echt moet en drinken voor mezelf inschenken. Ook kan ik mij volledig mee laten nemen door de trip, maar kan ik mij er ook (tot op bepaalde hoogte) van losmaken. Ik heb regelmatig harder getript en daaruit concludeer ik dat de zegels lang niet zo sterk kunnen zijn als beweerd was. Jammer, maar ergens ook wel veilig.
Mijn man ligt naast me, we liggen tegen elkaar aan onder de deken. Ik voel geen telepathisch contact deze keer, maar lijk hem wel zeer goed te kunnen lezen. Elke kleine beweging, elke blik in zijn ogen, vorm van zijn mond of andere lichaamstaal vertelt mij precies en heel verfijnd hoe hij zich voelt. Met vlagen is het moeilijk zijn lichaam van de mijne te onderscheiden. “Heb jij warm?” vraag ik. “Of ik het warm heb? Nee.” zegt hij. “Oh… heb ík warm?” bedenk ik me dan, en dan besef ik inderdaad dat niet hij, maar ikzelf het warm heb. We besluiten onze kleding uit te doen en weer tegen elkaar aan te liggen. Mijn huid voelt zijdezacht en ik voel me veel puurder, veel dichter bij mezelf komen. Hij wil vrijen, maar ik ben te misselijk. Bovendien voel ik me zo moe, waar is mijn energie gebleven?
Ik sta op om te kijken of mijn energie terugkomt, sla de fluwelen deken over mijn naakte huid en voel me zo vrouwelijk terwijl ik dans, maar ik heb te weinig energie. Dansen of gitaar spelen lukt niet, tekenen of schrijven heb ik geen zin in. Ik eet een banaan, wat een hele ervaring op zichzelf is. Ik ga weer liggen, op het luchtbed dit keer om mijn rug wat te ontlasten. Ik doe wat ademhalingsoefeningen en probeer wat te mediteren, maar ik ben te zeer afgeleid door de drukke closed eyes visuals en ga weer terug in giechelstand.
Ik merk dat mijn man zich anders voelt dan ik, somber, maar hij probeert het te verbergen. Op mijn vraag of alles goed gaat reageert hij bevestigend, maar ik zie aan zijn houding dat het niet waar is. Hij ziet er zo intens verdrietig uit. In niets is hij meer die vrolijke, zelfverzekerde man die ik ken, en bij de gedachte aan zoiets ondraaglijks voel ik mezelf kotsmisselijk en duizelig worden. Ik heb het gevoel dat ik mijn hele hebben en houwen uit ga kotsen, mijn ziel en mijn emoties, maar uiteindelijk komt er toch niks uit.
Ik kom bij hem, knuffel hem en vertel hem dat ik van hem hou, maar hij lijkt het niet te geloven en wil dat ik hem even laat. Ik laat hem en focus me weer op de mooie dingen van mijn trip, maar dat voelt ook niet goed. Moet ik hem nou laten of bij hem komen? Ik kan hier toch niet gaan zitten genieten van mijn trip terwijl hij zo verdrietig is? Ik kom nog eens bij hem en laat hem vertellen. Hij zegt dat alles ineens zo leeg is, zo doods, zo nep. Na nog wat aanmoediging vertelt hij verder, maar hij vecht tegen zijn emoties. Ik weet dat dat is omdat hij me niet ongerust wil maken, mijn trip niet negatief wil beïnvloeden. Ik probeer hem gerust te stellen en hem te wijzen op de mooie kanten van de trip, maar praten gaat nog steeds moeilijk en ik merk dat ik niet goed over kan brengen wat ik bedoel. Ik klim bij hem op schoot, zijn gezicht staat nors, afstandelijk en wanhopig. Ik knuffel en streel hem en zoek toenadering, maar ik kom geen millimeter dichterbij. “Laat los” zeg ik zachtjes, en dan komt het eindelijk, zijn zuiverende tranen, hij huilt en huilt en huilt, alle ellende van de wereld vloeit over zijn wangen, hij laat los tot er enkel elementaire deeltjes van hem over zijn. En ik kan niets anders dan hem vasthouden en hem bewonderen om zijn kwetsbaarheid.
Als het ergste verdriet voorbij lijkt te zijn gaan we nog even in de tuin kijken, hij rookt een sigaret en ik kijk naar de sterrenhemel. Honderden knipperende en vliegende sterren, vuurwerk, de maan die nog nooit zo helder en groot heeft geleken. De geluiden van buiten komen zo anders binnen, een naderende trein in de verte, een zwerm vogels in vlucht. De sterren dansen mee op de geluiden. Echter door rugpijn en misselijkheid ga ik gauw weer naar binnen om te liggen.
Na zo’n vijf uur merk ik duidelijk dat ik over de piek heen ben, ik voel me met vlagen vrij helder en kan ook de klok weer lezen. Toch word ik soms nog meegezogen in gedachten en moet ik ervoor waken me niet mee te laten nemen door paniekgedachten over rugpijn. Hoewel mijn man over zijn ergste verdriet heen is merk ik dat hij nog steeds aangeslagen is en dat er nog ongemakkelijkheid is. Op mijn pogingen de prachtige dingen die ik zie te omschrijven reageert hij sarcastisch en bagatelliserend, hij blijft het gevoel hebben dat alles om hem heen nep is en een trucje is, waar ik in trap en wat mij dus dom maakt. Hierdoor gaat genieten van de trip niet echt meer en voelt het meer als uitzitten. Bovendien blijft er bij mij iets hangen wat hij eerder zei: “tussen ons voelt het ook dood.” Ik probeer hier nu niet over na te denken, ik weet dat het komt door de doodse sfeer waar hij in getrokken wordt en dat het niets hoeft te zeggen over hoe hij zich werkelijk over onze relatie voelt, maar toch is het niet makkelijk om me niet mee te laten slepen. Toch kwetst het en maakt het me bang en ongerust. Mijn maag draait zich weer om. Misselijk, misselijk, misselijk.
De trip neemt verder af in sterkte, praten gaat weer beter en in een poging de sfeer luchtig te houden beschrijven we onszelf in muziekstijlen en gebaren, wat enorm treffend is en wat ik nog nooit eerder zo duidelijk heb gezien. Elke keer als ik iets zeg heb ik het gevoel dat het op dat moment van toepassing is maar tevens geldt voor mijn hele leven. Al mijn zinnen zijn dus multi interpreteerbaar, het lukt gewoon niet om iets te zeggen wat geen meerdere betekenissen heeft.
Rond 05:00, 11 uur na inname, vind ik het genoeg geweest. Ik trip nog wel maar heb zo’n vreselijke rugpijn dat ik het niet langer kan verdragen. Eenmaal boven trip ik nog even zwaar op de badkamertegels op de grond, op elke zwarte tegel komt een 3D landschap naar boven, op één een hagedis, op de ander een eekhoorn, met allemaal kleine boompjes en alles beweegt zachtjes. Alle kleine landschappen zijn aan elkaar verbonden middels een ‘tree of life’. Het is adembenemend, maar ik kan niet meer. Ik neem mijn benzo’s en ga in bed liggen. Ondanks alles voel ik me vredig en één met alles, het bed en de stilte werken rustgevend, en het duurt niet lang voordat ik in een vredige slaap val. Twee uur later ben ik weer wakker en is het allemaal voorbij.
----------------------
Sorry voor het lange verhaal, mischien leest het wat saai weg allemaal maar het was dan ook een behoorlijk persoonlijke trip. Ik heb het wel even moeten verwerken en mijn man en ik hebben ook wel even wat gesprekken nodig gehad om alles weer helder te krijgen maar nu gaat alles weer goed. Had gehoopt op een meer positieve trip, maar deze is wel weer leerzaam geweest.
Wie: vrouw, 28 jaar, 1.74 m, 62 kg
Ervaren gebruiker
Setting: thuis met mijn partner
Stemming: rustig, nieuwsgierig
We komen net thuis na een dagje sauna en voelen ons helemaal ontspannen. We eten wat, ik ruim de laatste dingetjes in huis op zodat alles er perfect schoon en opgeruimd uitziet, en we hangen wat lampjes en psychedelische doeken omwille van de sfeer. Om 18:00 neem ik anderhalve zegel, wat neer zou moeten komen op ongeveer 250 microgram. Mijn man neemt twee zegels. Mijn gebruikelijke metal playlist laat ik voor wat het is, want tijdens het trippen kies ik liever voor psytrance (oa Hallucinogen, Infected Mushroom, Juno Reactor) en psychill (Ott, Entheogenic, Carbon Based Lifeforms). Ik rommel wat in huis, en na een half uur begin ik de eerste effecten te voelen: trillen, onrustig, ik neem dingen ‘anders’ waar, al kan ik nog niet plaatsen hoe precies. Ik loop rondjes door de woonkamer, vind de muren om me heen plots beklemmend en heb teveel energie, maar durf het niet aan om met zo’n hoge dosering naar buiten te gaan en het risico te lopen buren tegen te komen. Om tot rust te komen zet ik een flauwe komedie op met de muziek op de achtergrond. Het duurt niet lang voordat ik begin te bulderen van het lachen om de flauwe humor en soms ook zomaar. De tranen lopen over mijn wangen en ik rol over de bank van het lachen. Het beeld begint te vervormen, het ene moment lijkt het beeld geschilderd te zijn, het andere moment lijken de mensen gorilla’s te zijn en niet veel later vloeit het beeld over in de muren en kan ik de tv en de muur niet goed meer onderscheiden. Het visuele spektakel begint en ik merk dat de tv me nu vooral afleidt, dus ik zet hem uit.
Zodra de tv uit is wordt de trip heviger. De woonkamer begint flink te transformeren en ik zie vele flikkerende lagen over elkaar heen. De klok, mijn houvast, is niet meer zichtbaar omdat er een soort stoflagen overheen lijken te zitten en de wijzers verspringen steeds. Het geeft niet, ik had me voorgenomen de tijd los te laten. De muren, de meubels en mijn man lijken nu één te zijn, enkel als ik me concentreer kan ik ze onderscheiden. Maar wil ik dat wel? Is alles niet één? Is alles niet hetzelfde?
Communiceren wordt lastiger. Ik merk dat ik de juiste woorden niet meer kan vinden en dat er allemaal vreemde klanken in me opkomen, klanken waarvan ik niet weet wat ze betekenen, maar die vaak terugkomen in mijn trips en waarvan ik weet dat het iets heeft te maken met de oorsprong van ons bestaan. Zelfs de gedachten die in me opkomen kan ik in mijn hoofd niet meer omzetten in woorden. Maar dat hoeft ook niet. Taal is zo beperkt en zo ontoereikend, en door het trachten deze ervaring om te zetten in woorden plaats ik het in hokjes en maak ik de ervaring zo veel kleiner. Toch is er een behoefte om mijn belevenissen te delen, maar elke poging om met mijn man te praten lijkt uit te monden in miscommunicatie. Het geeft niet, hij weet wat er gaande is en we lachen erom, ik vind alles amusant en blijf giechelen.
Ik kan mijn draai niet direct vinden. Ik voel me wat geremd omdat ik te veel bezig ben met wat hoort. Het is de eerste keer in lange tijd dat ik weer eens met iemand trip in plaats van alleen, en ook al is het mijn partner bij wie ik me 100% op mijn gemak voel, ik durf me toch niet helemaal te laten gaan. Ik ben nog altijd bang voor afkeuring, ben bang niet leuk gevonden te worden, raar te doen, en trips confronteren me daar altijd weer mee. Dit is meer een algemene gedachte die losstaat van mijn partner, maar deze gedachten zorgen ervoor dat ik in het dagelijks leven behoorlijk geremd ben en nu wordt dat uitvergroot.
Ik probeer me te focussen op de muziek maar kom niet in een lekker ritme als ik dans. Ik besef me dat ik me te veel focus op dat het er mooi uit moet zien. Maar waarom eigenlijk? Laat los… laat alle kaders los. Ik doe mijn ogen dicht en luister naar mijn gevoel, begin te dansen zoals ik wil, en voel me voor een kort moment één worden met de muziek. Laat los… laat alle kaders los. Mmm, dit voelt goed. Maar door mijn rugpijn moet ik toch al snel weer stoppen. De bodyload is ook vervelend, maar kan erger. Ik tril en ben aan het klappertanden, maar erg hinderlijk is het nog niet. Wel is de rugpijn heftig, maar dat had ik ingecalculeerd. Waarom ik misselijk ben weet ik niet, maar dat zal straks wel minder worden. Ik wil alleen maar water drinken, gesuikerde drank is alleen maar bedacht om winst te maken, en zo onnatuurlijk, waarom drinken we dat eigenlijk? Ik voel een drang meer in contact te staan met mezelf en de natuur.
Ik zie honderden laagjes over elkaar, zo snel en flitsend en zo ongelooflijk complex. De muurschildering van de adelaar komt tot leven, hij vliegt en vliegt en vliegt, tientallen verschillende kleuren flitsen achter hem, omhoog en omhoog, we stijgen op naar een oneindige hoogte. De lampjesketting bestaat plots uit allemaal Egyptische mannetjes, ze dansen op de muziek en spugen in het ritme een soort stoom omhoog. Het zijn losse entiteiten maar samen zijn ze toch één, als een soort aardse, eeuwenoude rups. Door de kaarsjes waan ik me in een soort grot, met fakkels aan de muren. De sfeer is donker maar mooi, heel oud, heilig zelfs misschien. Op de wc zie ik vele patronen in de tegels, maar in de kiertjes tussen de tegels zie ik vooral gezichten uit het oude Egypte. Als ik in de spiegel kijk verandert mijn gezicht van jong naar oud, mooi en lelijk, en hoe langer ik kijk, hoe asymmetrischer mijn gezicht wordt. Mijn ene oog wordt veel groter dan het andere en kijkt bovendien vreselijk scheel. Bijzonder.
De oneindige hoeveelheid van lades van de kastjes in mijn hoofd gaan één voor één open, ik zie ze voor me in hun futuristische en kleurrijke vorm, en ze gaan ook razendsnel weer dicht. Ik ben onder de indruk van de ongelooflijke complexiteit van het universum en besef me wederom hoe klein en nietig ik ben. Mijn ziel wordt compleet blootgelegd, ik word ontleed, ik kan niets verbergen en er wordt niets van mij heel gelaten. Sommige lades roepen heftige emoties op, nee, deze kant wil ik niet op, en gelukkig kan ikhet dan ook goed een andere kant op sturen. Maar moet ik dat wel willen? Wil ik niet óók de donkere kant van mijn geest verkennen? Of durf ik dat soms niet? Even kort denk ik na over de dingen die me ongelukkig maken: mijn constante onvrede over mezelf, het gevoel te kort te schieten als mens, partner en moeder, het moeten leven met chronische pijn en alle beperkingen die dat met zich meebrengt. Maar ook over thema’s buiten mijzelf, zoals dierenleed en vleesconsumptie (en het feit dat ik te laf ben om anderen te overtuigen goede keuzes te maken), opwarming van de aarde, religie en de vele manieren van lijden op de wereld. Het maakt me zo diep triest, maar het is zinloos, dus laat ik het los en kies ik ervoor het niet verder te verkennen.
Ik merk dus dat ik toch vrij veel controle over de trip heb en dat ik in sommige opzichten heel helder ben. Ik kan ook gewoon andere muziek opzetten (iets wat me tijdens vorige trips veel moeite kostte), praten als het echt moet en drinken voor mezelf inschenken. Ook kan ik mij volledig mee laten nemen door de trip, maar kan ik mij er ook (tot op bepaalde hoogte) van losmaken. Ik heb regelmatig harder getript en daaruit concludeer ik dat de zegels lang niet zo sterk kunnen zijn als beweerd was. Jammer, maar ergens ook wel veilig.
Mijn man ligt naast me, we liggen tegen elkaar aan onder de deken. Ik voel geen telepathisch contact deze keer, maar lijk hem wel zeer goed te kunnen lezen. Elke kleine beweging, elke blik in zijn ogen, vorm van zijn mond of andere lichaamstaal vertelt mij precies en heel verfijnd hoe hij zich voelt. Met vlagen is het moeilijk zijn lichaam van de mijne te onderscheiden. “Heb jij warm?” vraag ik. “Of ik het warm heb? Nee.” zegt hij. “Oh… heb ík warm?” bedenk ik me dan, en dan besef ik inderdaad dat niet hij, maar ikzelf het warm heb. We besluiten onze kleding uit te doen en weer tegen elkaar aan te liggen. Mijn huid voelt zijdezacht en ik voel me veel puurder, veel dichter bij mezelf komen. Hij wil vrijen, maar ik ben te misselijk. Bovendien voel ik me zo moe, waar is mijn energie gebleven?
Ik sta op om te kijken of mijn energie terugkomt, sla de fluwelen deken over mijn naakte huid en voel me zo vrouwelijk terwijl ik dans, maar ik heb te weinig energie. Dansen of gitaar spelen lukt niet, tekenen of schrijven heb ik geen zin in. Ik eet een banaan, wat een hele ervaring op zichzelf is. Ik ga weer liggen, op het luchtbed dit keer om mijn rug wat te ontlasten. Ik doe wat ademhalingsoefeningen en probeer wat te mediteren, maar ik ben te zeer afgeleid door de drukke closed eyes visuals en ga weer terug in giechelstand.
Ik merk dat mijn man zich anders voelt dan ik, somber, maar hij probeert het te verbergen. Op mijn vraag of alles goed gaat reageert hij bevestigend, maar ik zie aan zijn houding dat het niet waar is. Hij ziet er zo intens verdrietig uit. In niets is hij meer die vrolijke, zelfverzekerde man die ik ken, en bij de gedachte aan zoiets ondraaglijks voel ik mezelf kotsmisselijk en duizelig worden. Ik heb het gevoel dat ik mijn hele hebben en houwen uit ga kotsen, mijn ziel en mijn emoties, maar uiteindelijk komt er toch niks uit.
Ik kom bij hem, knuffel hem en vertel hem dat ik van hem hou, maar hij lijkt het niet te geloven en wil dat ik hem even laat. Ik laat hem en focus me weer op de mooie dingen van mijn trip, maar dat voelt ook niet goed. Moet ik hem nou laten of bij hem komen? Ik kan hier toch niet gaan zitten genieten van mijn trip terwijl hij zo verdrietig is? Ik kom nog eens bij hem en laat hem vertellen. Hij zegt dat alles ineens zo leeg is, zo doods, zo nep. Na nog wat aanmoediging vertelt hij verder, maar hij vecht tegen zijn emoties. Ik weet dat dat is omdat hij me niet ongerust wil maken, mijn trip niet negatief wil beïnvloeden. Ik probeer hem gerust te stellen en hem te wijzen op de mooie kanten van de trip, maar praten gaat nog steeds moeilijk en ik merk dat ik niet goed over kan brengen wat ik bedoel. Ik klim bij hem op schoot, zijn gezicht staat nors, afstandelijk en wanhopig. Ik knuffel en streel hem en zoek toenadering, maar ik kom geen millimeter dichterbij. “Laat los” zeg ik zachtjes, en dan komt het eindelijk, zijn zuiverende tranen, hij huilt en huilt en huilt, alle ellende van de wereld vloeit over zijn wangen, hij laat los tot er enkel elementaire deeltjes van hem over zijn. En ik kan niets anders dan hem vasthouden en hem bewonderen om zijn kwetsbaarheid.
Als het ergste verdriet voorbij lijkt te zijn gaan we nog even in de tuin kijken, hij rookt een sigaret en ik kijk naar de sterrenhemel. Honderden knipperende en vliegende sterren, vuurwerk, de maan die nog nooit zo helder en groot heeft geleken. De geluiden van buiten komen zo anders binnen, een naderende trein in de verte, een zwerm vogels in vlucht. De sterren dansen mee op de geluiden. Echter door rugpijn en misselijkheid ga ik gauw weer naar binnen om te liggen.
Na zo’n vijf uur merk ik duidelijk dat ik over de piek heen ben, ik voel me met vlagen vrij helder en kan ook de klok weer lezen. Toch word ik soms nog meegezogen in gedachten en moet ik ervoor waken me niet mee te laten nemen door paniekgedachten over rugpijn. Hoewel mijn man over zijn ergste verdriet heen is merk ik dat hij nog steeds aangeslagen is en dat er nog ongemakkelijkheid is. Op mijn pogingen de prachtige dingen die ik zie te omschrijven reageert hij sarcastisch en bagatelliserend, hij blijft het gevoel hebben dat alles om hem heen nep is en een trucje is, waar ik in trap en wat mij dus dom maakt. Hierdoor gaat genieten van de trip niet echt meer en voelt het meer als uitzitten. Bovendien blijft er bij mij iets hangen wat hij eerder zei: “tussen ons voelt het ook dood.” Ik probeer hier nu niet over na te denken, ik weet dat het komt door de doodse sfeer waar hij in getrokken wordt en dat het niets hoeft te zeggen over hoe hij zich werkelijk over onze relatie voelt, maar toch is het niet makkelijk om me niet mee te laten slepen. Toch kwetst het en maakt het me bang en ongerust. Mijn maag draait zich weer om. Misselijk, misselijk, misselijk.
De trip neemt verder af in sterkte, praten gaat weer beter en in een poging de sfeer luchtig te houden beschrijven we onszelf in muziekstijlen en gebaren, wat enorm treffend is en wat ik nog nooit eerder zo duidelijk heb gezien. Elke keer als ik iets zeg heb ik het gevoel dat het op dat moment van toepassing is maar tevens geldt voor mijn hele leven. Al mijn zinnen zijn dus multi interpreteerbaar, het lukt gewoon niet om iets te zeggen wat geen meerdere betekenissen heeft.
Rond 05:00, 11 uur na inname, vind ik het genoeg geweest. Ik trip nog wel maar heb zo’n vreselijke rugpijn dat ik het niet langer kan verdragen. Eenmaal boven trip ik nog even zwaar op de badkamertegels op de grond, op elke zwarte tegel komt een 3D landschap naar boven, op één een hagedis, op de ander een eekhoorn, met allemaal kleine boompjes en alles beweegt zachtjes. Alle kleine landschappen zijn aan elkaar verbonden middels een ‘tree of life’. Het is adembenemend, maar ik kan niet meer. Ik neem mijn benzo’s en ga in bed liggen. Ondanks alles voel ik me vredig en één met alles, het bed en de stilte werken rustgevend, en het duurt niet lang voordat ik in een vredige slaap val. Twee uur later ben ik weer wakker en is het allemaal voorbij.
----------------------
Sorry voor het lange verhaal, mischien leest het wat saai weg allemaal maar het was dan ook een behoorlijk persoonlijke trip. Ik heb het wel even moeten verwerken en mijn man en ik hebben ook wel even wat gesprekken nodig gehad om alles weer helder te krijgen maar nu gaat alles weer goed. Had gehoopt op een meer positieve trip, maar deze is wel weer leerzaam geweest.