Ik weet eigenlijk niet goed waarom ik dit post. Ik had zin om wat van me af te schrijven.
Ik heb het lang voor me uitgeschoven, maar nu moet ik er toch echt aan vind ik. Mijn voortuin ziet er nog nét wel goed genoeg uit. Een 5,5 zou ik het geven. Als mijn oma dit toch zag….
Wat hou ik veel van haar. …. Ooit hield ik ook van tuinieren en stond ik de plantjes haast elke dag met liefde te verzorgen. Net zoals mijn opa, die echt groene vingers had, zei mijn oma altijd. Maar waarom kost het me nu toch zoveel moeite? Onwillekeurig komt er een beeld in me op van mijn opa liggend in bed en omver geblazen, uit het veld geslagen door het leven. En mijn oma die dat op de zondagen zo verschrikkelijk vond.
Ik begin meteen maar bij het ergste deel. De zevenblad. Ik sta er middenin. Ik weet eigenlijk niet waar ik kan staan. Het is zoveel, ik voel me klein, bijna machteloos. Maar ik ruk het er toch maar uit. Heel rigoureus met al zijn wortels en uitlopers en al. Wat kan ik anders?
Er zijn tal van ondergrondse verbindingen, waarvan zoveel nog onzichtbaar. Gelukkig ben ik niet de enige die er last van heeft. Ik heb sommige buurtbewoners er ook over gehoord. Sommigen hebben er meteen maar een verstikkend zeil overheen gegooid en zwaar betegeld. Anderen maken er zevenbladpesto van en vinden het heerlijk. Zij kunnen het goed verteren. Ikzelf heb als oplossing geraniums bedacht. Waar de zevenblad onzichtbaar is in koude tijden, blijft de geranium onverschrokken overeind. Maar goed, bevroren poep stinkt niet, dus ik weet heus wel dat dat alleen de oplossing niet is. Zodra de levenssap de natuur weer instroomt, vloeit het rijkelijk aan zevenblad. Hij krioelt zich overal een weg doorheen. Hoe zeer ik ook mijn best doe om het weg te halen of te maskeren, het komt altijd weer terug. Sommige dingen in het leven zul je moeten accepteren, de zevenblad is daar één van, denk ik, terwijl ik verwoed en consciëntieus het onkruid los blijf trekken, me bewust van mijn hypocrisie.
Plots zie ik dat ik per ongeluk ook wat wortels van de geranium heb losgetrokken. Ik zie ze slap over de aarde verspreid liggen. Het doet bijna pijn. Voorzichtig plaats ik het terug de aarde in, alsof het om een open zenuw gaat. Ik zal het wat rustiger aan moeten doen, wil ik dit niet verwoesten.
Ik kijk wat verder voor mij uit en zie dat de geranium in de tijd meer terrein heeft gewonnen dan aanvankelijk gedacht en ik ga verder met een ander stuk tuin. Daar ontdek ik dat er bijna helemaal geen zevenblad groeit en ik geniet van het feit dat het klusje zo ontzettend simpel is geworden. Ik voel mijn macht over de plant toenemen. Er is nauwelijks weerstand wanneer ik het van zijn levensbron ontdoe. De grond verzet zich niet, laat meteen los, alsof het wil zeggen: laat maar man. Ik zie mezelf lomp door de aarde, nee wat zeg ik, droogte heen woelen. Het jaagt wat stof op. Mijn maag keert zich haast om bij deze bewustwording. Ik zit midden in een stuk vruchteloze grond. Er groeit haast niets meer. Spijtig zie ik mijn mooie struikje, dat ik er ooit in heb gezet, bijna vergaan van ellende. Vandaar dat het zo klein is gebleven, bedenk ik me nu. Ik houd alle takken van het struikje in een wurggreep en trek eraan, alsof ik wil weten wat het nog waard is. Ik houd ermee op als ik zie hoe weelderig het er toch nog steeds uitziet, ondanks zijn dode bladeren, misschien wel juist door zijn dode bladeren. Ik zoom uit en zie dat het struikje kwa kleurenpallet uitblinkt tov de rest van de tuin. Hij ziet eruit als een mooie herfstdag.
Ik hervat mijn taak. Full focus op de zevenblad, maar dan…. Ik word verrast door een enorm bed van stevig groen met hele kleine gele bloemetjes. Huh?! Hoe komt ie daar dan? Heb ik dat gedaan? Nee toch? Die hoort hier niet! Ik onderdruk de neiging om hem eruit te rukken en aanschouw het nogmaals vanaf een afstandje. Het kijkt met zijn ontelbaar kleine vrolijk gele oogjes terug. Het is zo overduidelijk aanwezig. Hoe heb ik dit kunnen missen?
Het gemak waarmee deze zee aan fris groen en geel zijn intrede in mijn tuin heeft gedaan en de zevenblad heeft overtroffen, verwondert me, overweldigt me. Ik stap achteruit en neem mijn besluit. Ik laat het zo. En ik laat de zevenblad ook maar. Precies zoals het er nu is.
Ik ruim mijn tuinspullen op en sluit mijn deur. Ik adem in, adem uit en dan weer in. Ik kom terug met een scheut mest voor het struikje en geef hem flink water. Heel veel water. Op hoop van zegen. Oh wat een dorst zou hij moeten hebben gehad.
Ik heb het lang voor me uitgeschoven, maar nu moet ik er toch echt aan vind ik. Mijn voortuin ziet er nog nét wel goed genoeg uit. Een 5,5 zou ik het geven. Als mijn oma dit toch zag….
Wat hou ik veel van haar. …. Ooit hield ik ook van tuinieren en stond ik de plantjes haast elke dag met liefde te verzorgen. Net zoals mijn opa, die echt groene vingers had, zei mijn oma altijd. Maar waarom kost het me nu toch zoveel moeite? Onwillekeurig komt er een beeld in me op van mijn opa liggend in bed en omver geblazen, uit het veld geslagen door het leven. En mijn oma die dat op de zondagen zo verschrikkelijk vond.
Ik begin meteen maar bij het ergste deel. De zevenblad. Ik sta er middenin. Ik weet eigenlijk niet waar ik kan staan. Het is zoveel, ik voel me klein, bijna machteloos. Maar ik ruk het er toch maar uit. Heel rigoureus met al zijn wortels en uitlopers en al. Wat kan ik anders?
Er zijn tal van ondergrondse verbindingen, waarvan zoveel nog onzichtbaar. Gelukkig ben ik niet de enige die er last van heeft. Ik heb sommige buurtbewoners er ook over gehoord. Sommigen hebben er meteen maar een verstikkend zeil overheen gegooid en zwaar betegeld. Anderen maken er zevenbladpesto van en vinden het heerlijk. Zij kunnen het goed verteren. Ikzelf heb als oplossing geraniums bedacht. Waar de zevenblad onzichtbaar is in koude tijden, blijft de geranium onverschrokken overeind. Maar goed, bevroren poep stinkt niet, dus ik weet heus wel dat dat alleen de oplossing niet is. Zodra de levenssap de natuur weer instroomt, vloeit het rijkelijk aan zevenblad. Hij krioelt zich overal een weg doorheen. Hoe zeer ik ook mijn best doe om het weg te halen of te maskeren, het komt altijd weer terug. Sommige dingen in het leven zul je moeten accepteren, de zevenblad is daar één van, denk ik, terwijl ik verwoed en consciëntieus het onkruid los blijf trekken, me bewust van mijn hypocrisie.
Plots zie ik dat ik per ongeluk ook wat wortels van de geranium heb losgetrokken. Ik zie ze slap over de aarde verspreid liggen. Het doet bijna pijn. Voorzichtig plaats ik het terug de aarde in, alsof het om een open zenuw gaat. Ik zal het wat rustiger aan moeten doen, wil ik dit niet verwoesten.
Ik kijk wat verder voor mij uit en zie dat de geranium in de tijd meer terrein heeft gewonnen dan aanvankelijk gedacht en ik ga verder met een ander stuk tuin. Daar ontdek ik dat er bijna helemaal geen zevenblad groeit en ik geniet van het feit dat het klusje zo ontzettend simpel is geworden. Ik voel mijn macht over de plant toenemen. Er is nauwelijks weerstand wanneer ik het van zijn levensbron ontdoe. De grond verzet zich niet, laat meteen los, alsof het wil zeggen: laat maar man. Ik zie mezelf lomp door de aarde, nee wat zeg ik, droogte heen woelen. Het jaagt wat stof op. Mijn maag keert zich haast om bij deze bewustwording. Ik zit midden in een stuk vruchteloze grond. Er groeit haast niets meer. Spijtig zie ik mijn mooie struikje, dat ik er ooit in heb gezet, bijna vergaan van ellende. Vandaar dat het zo klein is gebleven, bedenk ik me nu. Ik houd alle takken van het struikje in een wurggreep en trek eraan, alsof ik wil weten wat het nog waard is. Ik houd ermee op als ik zie hoe weelderig het er toch nog steeds uitziet, ondanks zijn dode bladeren, misschien wel juist door zijn dode bladeren. Ik zoom uit en zie dat het struikje kwa kleurenpallet uitblinkt tov de rest van de tuin. Hij ziet eruit als een mooie herfstdag.
Ik hervat mijn taak. Full focus op de zevenblad, maar dan…. Ik word verrast door een enorm bed van stevig groen met hele kleine gele bloemetjes. Huh?! Hoe komt ie daar dan? Heb ik dat gedaan? Nee toch? Die hoort hier niet! Ik onderdruk de neiging om hem eruit te rukken en aanschouw het nogmaals vanaf een afstandje. Het kijkt met zijn ontelbaar kleine vrolijk gele oogjes terug. Het is zo overduidelijk aanwezig. Hoe heb ik dit kunnen missen?
Het gemak waarmee deze zee aan fris groen en geel zijn intrede in mijn tuin heeft gedaan en de zevenblad heeft overtroffen, verwondert me, overweldigt me. Ik stap achteruit en neem mijn besluit. Ik laat het zo. En ik laat de zevenblad ook maar. Precies zoals het er nu is.
Ik ruim mijn tuinspullen op en sluit mijn deur. Ik adem in, adem uit en dan weer in. Ik kom terug met een scheut mest voor het struikje en geef hem flink water. Heel veel water. Op hoop van zegen. Oh wat een dorst zou hij moeten hebben gehad.