Kalium (K) heeft invloed op de vochtregulerende kracht van de plant. Het zorgt ervoor de zogehete stoma´s van de bladeren goed open en dicht gaan. Hierdoor gaat de plant beter ademen en zweten. Kalium is nodig voor het verzamelen en transporteren van carboïden. Een tekort aan kalium heeft als gevolg een kleinere en slechtere opbrengst. Of het in houtskool zit weet ik niet.
Plantenvoeding heeft drie drie primaire elementen, te weten Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K). Een voeding met een NPK waarde van 8-4-5 bevat 8% Stikstof, 4% Fosfor en 5% Kalium. Voor de rest bestaat deze voeding uit secondaire elementen, micro-elementen en ballast.
- Stikstof meststoffen zijn in twee groepen te verdelen. De langzaam werkende meststoffen die pas na drie tot vier weken werken (ammoniakmeststoffen; NH4) en de snel werkende meststoffen die direct werken (salpetermeststoffen; NO3). Stikstofmeststoffen zijn kalksalpeter, zwavelzure ammoniak en chilisalpeter. De planten hebben Stikstof vooral nodig voor de groei.
- Fosfor bevordert de bloei, zaadvorming en wortelvorming. Het wordt door de planten opgenomen uit fosfaten. Fosfaat is een trager werkend element. Het slaat boven in de grond neer en zal na meerdere malen water geven onder bij de wortels komen. Fosfaatmeststoffen zijn: superfosfaat, dubbelsuper en slakkenmeel.
- Kalium geeft geur en kleur aan bloem en blad en beschermt de plant tegen ziekten. Kalium zorgt voor stevige cellen, dus stevig blad, stengel en uiteindelijk bloemen. Kalimeststoffen zijn: patentkali en zwavelzure kali.
Naast de genoemde hoofdbestanddelen zijn ook secondaire elementen nodig als: calcium (Ca), magnesium (Mg) en zwavel (S).
- Kalk (Ca) verstevigt celwanden en verlaagt de zuurgraad van de grond. Kalkmeststoffen zijn: koolzure kalk en Dolokal.
- Magnesium (Mg) is nodig voor de vorming van bladgroen en assimilatie. Heeft ook een goede werking structuur. Bij gebrek aan Magnesium ziet men in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Magnesiummeststoffen zijn: kieseriet en bitterzout.
Ter voorkoming van gebreksziekten zijn hiernaast micro-elementen van belang. Denk hierbij aan:
- IJzer (Fe), mede voor opbouw bladgroen, eiwitten en koolhydraten.
- Koper (Cu), belangrijk voor activeren van enzymen en bij synthese van bladgroen.
- Mangaan (Mg), bestanddeel van sommige enzymen en beïnvloed verschillende stofwisselingsprocessen, o.a. vorming van bladgroen.
- Boor (B), de bouwsteen voor belangrijke verbindingen en zorgt voor het transport van voedingstoffen.
- Zink (Zn), werking vergelijkbaar met mangaan en neemt deel aan de vorming van groeistoffen.
- Kobalt (Co), vormt een bestanddeel van vitamine B12 en speelt een rol in de stikstoffixatie van eiwitten.
- Molybdeen (Mo), voor de omzetting van nitraat in de proteïnesynthese bij de planten.
Kalium zorgt voor stevige cellen dus als dat in houtskool zit zou je er ook een stevige stam van krijgen. Succes ermee!