gedicht over verslaving

User7374692

Experimenterende gebruiker
Ik zag anderen gedichtjes delen, en ik doe dat zelf ook altijd als ik me slecht voel en gebruik kut gaat. Dus bij deze een gedichtje van mij;


Er staat een muur om mij heen, omsingeld met een groot brandend vuur.
Help mij, is het enige wat ik nu weet te zeggen.
Maar het enige wat ik wil is alles bij me neer leggen.
Overal pijn, het gevoel van niet meer jezelf zijn.
Gaat het ooit over, gaat het ooit voorbij?
Ik ben bang, een continue strijd met de drang.
Dingen horen zien en proeven die er niet zijn.
Duizenden prikkels, verdrinken in je eigen lichaam, zoekend naar rust maar die gaat er niet zijn.
Ik verzuip in mijn pijn…
Slapeloze nachten, een nacht door halen is normaal geworden, ik wil in slaap vallen, en nooit meer wakker worden.
je raakt verstrikt, dood moe, maar het gaat door tot je erin stikt.
Ik kan niet meer, ik ben op.
Ik wil huilen en schreeuwen, alles op zn kop. Ik wil pijn voelen en verdriet, maar niemand, zelfs ik niet die het ziet.
Ik sta op en val weer neer, ik probeer het keer op keer.
Op mijn benen kan ik niet meer staan, oh ik wou zo graag dat ik gewoon door kon gaan. Draag mij, til mij op, want anders gaat er een tijd komen waarin ik stop.
Wanneer werd leven, overleven? Is het kleine meisje achter gebleven?
Negeren, wegstoppen, ontwijken, ik kan mezelf niet meer in de spiegel aankijken. “Poppenkast” is wat het eigenlijk is, maar volgens mij zit achter alles een gemis. Wanneer kan ik weer voelen, ik kan niet voor altijd mn gevoel weg blijven spoelen. Drugs, het is mn beste vriend, want toen op dat punt, was het niet het gene dat mij verliet.
Ben je mij vergeten, hou je nog van mij, of zijn er voor jou geen domme dingen meer op je geweten.
Ik heb mij nooit verveeld met jou, boeken kan ik vol schrijven met alle dingen die ik niet vergeten zal.
Elk detail, elk uur, elke stap, dat we samen waren zit voor altijd in mijn hart.
Ik denk aan die tijden, het was zo zwaar maar jij kon me nog bevrijden.
Ik vond het zo ontzettend fijn bij jou, je kon mij warm maken in de kou.
We zijn ver en dichtbij geweest, maar nu zijn het alleen nog de herinneringen die in het verleden zijn geweest.
Ik mis je, kom je ooit nog terug?
Het is 2:04 zegt de klok, tik..tik is hoe de wekker klonk.
Ik heb zoveel vragen, het heeft de meeste gedachten nu wel beslagen.
Ik voel me zo alleen, er zijn mensen, maar ik ben een betonnen steen.
veel, zoveel, té veel.
Zo’n chaos, zo koud en kil. Ik kijk in de spiegel en zie mij staan, even later opnieuw en ik weet niet meer wie er staat. Ik laat een traan.
Wie ben ik en wie ben jij? Ik wil gewoon weer terug naar mij.
Ik ben de weg kwijt en mezelf, ik dacht “het wijst zich wel vanzelf”.
Niet is wat het lijkt, ook al lijkt het misschien wel leuk een aardig als je naar me kijkt.
Ik wens 1 ding, rust en het leven wat verging.
 
Bovenaan