TheKingOfCrack
Experimenterende gebruiker
Sommige noemen het duivels, andere vinden dat het bij de moderne samenleving hoort. Een ding is in ieder geval zeker, sinds de jaren 70/80 heeft cocaïne ook in Nederland voet in de aarde gezet. Sterker nog, cocaïne neemt inmiddels een vaste plaats in de samenleving in.
Of het in het bedrijfsleven is, of door de junk op de straat, cocaïne wordt in alle lagen van de samenleving gebruikt. De advocaat die een oppepper nodig heeft om de zaak voor morgen voor te bereiden, of de arbeider die wakker en scherp wil blijven om de containers in de haven van Rotterdam te begeleiden, alles en iedereen heeft er wel eens in zijn leven mee te maken. Maar waar komt die zucht vandaan? Is het gewoon een manier om de realiteit te ontsnappen, of is het door de maatschappij tot een noodzakelijk goed gedoopt? Duidelijk is wel, Nederland doet niet af aan andere landen als het om het gebruik en distribueren van cocaïne gaat.
Uit recent onderzoek is gebleken dat er inmiddels rond de 35.000 gebruikers (verslaafden tot recreatief gebruikers) in Nederland aanwezig zijn. Deze gebruikers zijn goed voor de consumptie van 5.400 kilo per jaar. Duidelijk iets om niet met je neus in de wind te lopen.
Maar is deze vorm van consumptie nou daadwerkelijk zo erg? Recentelijk stond er een artikel in de NRC, aangaande de distributie van cocaïne en de ernstige gevolgen die dat heeft voor boeren en inwoners van de bij de productie en handel betrokken (Zuid-Amerikaanse) landen.
Wat echter verzwegen wordt in dat artikel is hoeveel mensen er afhankelijk zijn van die productie en handel. Als we in dat aspect kijken naar de productie en handel van heroïne dan is het gezegde; ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’, ineens wel heel erg letterlijk op te vatten. Immers zijn de papaverboeren in Afghanistan niets anders aan het doen dan de markt te voorzien in haar behoefte. Aangezien vooral in deze tijd dat daar de enige manier is om hun gezin te onderhouden, roept dat veel ethische en morele vragen op. Mijns inziens zijn de cocaboeren in landen als Chili, Colombia en Peru, niet slechter of beter dan de boeren die de papaver in het midden-oosten verbouwen.
Hetgeen dat leidt tot de problemen in onze (westerse) maatschappij ligt hem dan ook niet in de productie of handel, maar in de bestrijding van deze. Jaarlijks wordt alleen al in Europa, honderden miljoenen uitgegeven aan de bestrijding van drugshandel. Door het verscherpen van de bewaking van de (Schengen)grens, worden drugshandelaren onder grote druk gezet om steeds meer innovatieve manieren te vinden om aan de (Europese)vraag te voldoen, en stijgt daarmee ook de prijs. Dit heeft helaas geen enkele invloed op de productie en valt daarom als volstrekt nutteloos te bestempelen. Aangezien de vraag niet zal afnemen, is het dus een strijd die alleen maar geld kost en verloren wordt door de autoriteiten. Hoewel dit voor iedereen wel duidelijk is, is het eveneens ongeoorloofd voor de autoriteiten om zich niet in te zetten de drugshandel tegen te gaan, ook al levert dit een enorme paradox op.
Het is dan ook wel een interessant detail dat in de vroege jaren 70 een verdrag is gesloten tussen de betrokken lidstaten, waar in (ik geloof) artikel 64 lid 3, vermeld staat dat indien het noodzakelijk is om de democratische samenleving te beschermen (valt heel veel onder), het voor de lidstaat vrij staat om hun wetgeving omtrent drugshandel en drugsgebruik aan te passen. Daarmee heeft de lidstaat dus ook de mogelijkheid om drugs te legaliseren, zoals dat eventueel ook met de marihuanaproductie en handel staat te gebeuren.
Het nieuwe jaar is in aantocht en dat wordt vaak als een ideale gelegenheid gezien om ‘even de neus te poederen’. In contrast tot de algemene opinie (en de auteur van het artikel in de NRC) kan ik alleen maar zeggen, geniet ervan zolang het duurt. Immers zou het een ‘waste of money’ zijn van al die kilo’s cocaïne, die met zoveel moeite wordt verbouwd en naar Nederland wordt vervoerd. Daarnaast is het misschien wel eens goed om stil te staan bij het goede wat je doet, namelijk de boeren in de onderontwikkelde productielanden steunen. Voordat ik allemaal boze reacties krijg over de omstandigheden waar deze boeren in moeten werken en de schadelijke gevolgen die deze productie voor de eindgebruiker, smokkelaar etc. heeft, moet wel gezegd worden dat zonder deze ‘troep’, de boeren waarschijnlijk niet eens konden leven, laat staan hun gezin onderhouden.
Dat allemaal gezegd hebbende kan er echter alleen maar geconcludeerd worden dat zolang ik leef helaas geen verandering zal plaatsvinden op dit beleid. De enige mogelijkheid om drugshandel tegen te gaan is te voorkomen dat mensen überhaupt drugs gebruiken. Dit is alleen een onhaalbare doelstelling en derhalve zie ik de toekomst van de cocaïnegebruiker dan ook nooit veranderen.
Voor nu in ieder geval iedereen alvast een gelukkig nieuw jaar toegewenst en opdat de autoriteiten ooit de blinddoek afdoen en verder kijken dan hun neus lang is!
Of het in het bedrijfsleven is, of door de junk op de straat, cocaïne wordt in alle lagen van de samenleving gebruikt. De advocaat die een oppepper nodig heeft om de zaak voor morgen voor te bereiden, of de arbeider die wakker en scherp wil blijven om de containers in de haven van Rotterdam te begeleiden, alles en iedereen heeft er wel eens in zijn leven mee te maken. Maar waar komt die zucht vandaan? Is het gewoon een manier om de realiteit te ontsnappen, of is het door de maatschappij tot een noodzakelijk goed gedoopt? Duidelijk is wel, Nederland doet niet af aan andere landen als het om het gebruik en distribueren van cocaïne gaat.
Uit recent onderzoek is gebleken dat er inmiddels rond de 35.000 gebruikers (verslaafden tot recreatief gebruikers) in Nederland aanwezig zijn. Deze gebruikers zijn goed voor de consumptie van 5.400 kilo per jaar. Duidelijk iets om niet met je neus in de wind te lopen.
Maar is deze vorm van consumptie nou daadwerkelijk zo erg? Recentelijk stond er een artikel in de NRC, aangaande de distributie van cocaïne en de ernstige gevolgen die dat heeft voor boeren en inwoners van de bij de productie en handel betrokken (Zuid-Amerikaanse) landen.
Wat echter verzwegen wordt in dat artikel is hoeveel mensen er afhankelijk zijn van die productie en handel. Als we in dat aspect kijken naar de productie en handel van heroïne dan is het gezegde; ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’, ineens wel heel erg letterlijk op te vatten. Immers zijn de papaverboeren in Afghanistan niets anders aan het doen dan de markt te voorzien in haar behoefte. Aangezien vooral in deze tijd dat daar de enige manier is om hun gezin te onderhouden, roept dat veel ethische en morele vragen op. Mijns inziens zijn de cocaboeren in landen als Chili, Colombia en Peru, niet slechter of beter dan de boeren die de papaver in het midden-oosten verbouwen.
Hetgeen dat leidt tot de problemen in onze (westerse) maatschappij ligt hem dan ook niet in de productie of handel, maar in de bestrijding van deze. Jaarlijks wordt alleen al in Europa, honderden miljoenen uitgegeven aan de bestrijding van drugshandel. Door het verscherpen van de bewaking van de (Schengen)grens, worden drugshandelaren onder grote druk gezet om steeds meer innovatieve manieren te vinden om aan de (Europese)vraag te voldoen, en stijgt daarmee ook de prijs. Dit heeft helaas geen enkele invloed op de productie en valt daarom als volstrekt nutteloos te bestempelen. Aangezien de vraag niet zal afnemen, is het dus een strijd die alleen maar geld kost en verloren wordt door de autoriteiten. Hoewel dit voor iedereen wel duidelijk is, is het eveneens ongeoorloofd voor de autoriteiten om zich niet in te zetten de drugshandel tegen te gaan, ook al levert dit een enorme paradox op.
Het is dan ook wel een interessant detail dat in de vroege jaren 70 een verdrag is gesloten tussen de betrokken lidstaten, waar in (ik geloof) artikel 64 lid 3, vermeld staat dat indien het noodzakelijk is om de democratische samenleving te beschermen (valt heel veel onder), het voor de lidstaat vrij staat om hun wetgeving omtrent drugshandel en drugsgebruik aan te passen. Daarmee heeft de lidstaat dus ook de mogelijkheid om drugs te legaliseren, zoals dat eventueel ook met de marihuanaproductie en handel staat te gebeuren.
Het nieuwe jaar is in aantocht en dat wordt vaak als een ideale gelegenheid gezien om ‘even de neus te poederen’. In contrast tot de algemene opinie (en de auteur van het artikel in de NRC) kan ik alleen maar zeggen, geniet ervan zolang het duurt. Immers zou het een ‘waste of money’ zijn van al die kilo’s cocaïne, die met zoveel moeite wordt verbouwd en naar Nederland wordt vervoerd. Daarnaast is het misschien wel eens goed om stil te staan bij het goede wat je doet, namelijk de boeren in de onderontwikkelde productielanden steunen. Voordat ik allemaal boze reacties krijg over de omstandigheden waar deze boeren in moeten werken en de schadelijke gevolgen die deze productie voor de eindgebruiker, smokkelaar etc. heeft, moet wel gezegd worden dat zonder deze ‘troep’, de boeren waarschijnlijk niet eens konden leven, laat staan hun gezin onderhouden.
Dat allemaal gezegd hebbende kan er echter alleen maar geconcludeerd worden dat zolang ik leef helaas geen verandering zal plaatsvinden op dit beleid. De enige mogelijkheid om drugshandel tegen te gaan is te voorkomen dat mensen überhaupt drugs gebruiken. Dit is alleen een onhaalbare doelstelling en derhalve zie ik de toekomst van de cocaïnegebruiker dan ook nooit veranderen.
Voor nu in ieder geval iedereen alvast een gelukkig nieuw jaar toegewenst en opdat de autoriteiten ooit de blinddoek afdoen en verder kijken dan hun neus lang is!