Deze ervaring vond plaats op een groot grasveld grenzend aan een villa waar ik met een groep van mijn beste vrienden op vakantie was. Veel aspecten zijn nauwelijks uit te leggen, dus je zult enig inlevingsvermogen en wellicht ervaring nodig hebben om het te kunnen begrijpen. Ik heb geprobeerd een academisch stukje te improviseren, maar het blijft een improvisatie. Personen zijn aangeduidt met P1/P2/P3, omdat ik niemands echte namen wil gebruiken.
We zijn rond zonsondergang begonnen, en zijn op een kleed met kussens in het gras gaan zitten met waxinelichtjes om elkaars gezichten in het donker te kunnen zien. Kleuren zijn warm, overal hangt een mist in de verte. Dingen lijken precies een Salvador Dali schilderij. De contouren van alles nabij lijkt scherp, maar met een soort gloed eromheen. De sterkte van de trip fluctueert om de paar seconden, waardoor iedereen in een andere fase zit, en op een andere gevoelslijn. Daardoor zegt iedereen dingen die anderen niet kunnen begrijpen, wat een gesprek voeren compleet onmogelijk maakt.
Omdat je niet kan converseren met elkaar ben je in feite alleen. Je realiseert je dat, en neemt tegelijkertijd alleen nog maar je eigen kleine wereldje waar. Alles is zo surreeel, en je begint te geloven dat er niets meer is dan het kringetje waar je in zit. Alleen nog deze vage, tijdsloze eenzame wereld. Een soort schilderij. We dachten dat we in een schilderij zaten. P1 en ik begrijpen elkaar hier ineens wel, en P2 een seconde later ook. Er is niks meer dan het kringetje. Geen geheugen, geen wereld, geen objecten, alleen nog het schilderij. Paniek slaat toe, iedereen wil eruit. Ik besluit, tot mijn eigen schande (op dat moment) dat ik toch echt druivensuiker wil eten. Wanneer ik dit zeg, blijkt dat iedereen het ook wil. Dan weet ik dat het mis is. Paniek slaat toe, iedereen eet suiker, kaarsjes uit, wegwezen. Zodra we in de buurt van het huis komen weet ik dat het mis is. Ik probeer zelfverzekerd te beseffen dat alles maar een trip is, maar 2 seconden later zijn je gevoelens anders en denk je er heel anders over. Je beeld van het huisje veranderd ook steeds. Niets klopt meer. Eerst alles juist, nu niks meer. Je herkent het huisje niet meer, niets betekent iets. Iedereen lijkt precies hetzelfde te hebben. Iedereen zoekt dingen die een verbinding leggen met de werkelijkheid .
P1 en P2 praten op P3 in dat alles goed komt, maar niemand lijkt het zeker te weten. P3 is er drastisch slecht aan toe: ‘Ik denk niet dat ik ooit nog normaal word.’ Er wordt een nep gesprek gevoerd over P3’s propedeuse, in een poging tot normaal handelen. Ik sta buiten op dat moment, het bliksemt overal, en een kerkklok luidt op de achtergrond. De visuele effecten maken het heel surreeel. Het huisje lijkt niet echt te zijn, maar een soort droom. Niets in het huisje lijkt een betekenis te hebben, niks erin valt te begrijpen.
Iedereen zoekt realiteit. Bij P2 slaat paniek ook toe: ‘Ik ga het ff op mezelf uitzoeken, iedereen moet het even oplossen’. Ik besluit dat ook te doen, zij het op een wat minder dramatisch manier. Ik ga buiten staan en besef dat alles een trip is. Nog geen seconde later slaan mijn gevoelens om, en kan ik niet meer beseffen dat het een trip is. Ik verdwaal in mijn gedachten, zo diep, dat ik ervan duizel. Na 10 seconden is deze ernstige periode weer minder en heb ik weer zelfbesef: ‘wow dit is echt fucking niet normaal. Dat je zulke dingen kan denken en zo weer kan omschakelen.’ Een seconde later was ik het weer kwijt. Ik besloot te gaan zitten. Het licht van het tuinhuisje creerde een enorme schaduw van mij waar ik naar keek. Eerst zag ik mezelf, maar na een minuut of wat realiseerde ik me dat ik het de hele tijd heel anders had gezien, als een soort zwart blok en veel groter dan het was. Ik was weer weggezonken besefte ik, en ik besloot op te staan, nog steeds hevig onder de indruk van de trip. In het huisje lijkt iedereen een band met de realiteit te zoeken. P2 kijkt tv, P3 gaat gewoon kapot. P2 begint te ijlen: ‘Waarom is de tv zo eng? Hoe, he? Hoe moet ik normaal doen? Laten we eens gewoon doen. Waarom is alles zo eng?’ Ik had op dat moment een antwoord klaar: ‘Net waren we in de trip, vermengd met kleine delen van realiteit. Dat voelde goed. Nu zitten we in de realiteit met stukken trip erdoorheen. Dit trip zwakt af, dat maakt alles eng.’ Ik had het gezegd en was het direct vergeten. P2 ook, ik moest het opnieuw zeggen: ‘Onthoud maar gewoon dat we het net wisten, dat is genoeg.’ Een minuut later weet ik het weer.
De situatie verandert, ik loop wat rond met wat frisdrank. In de keuken stort ik bijna in, mentaal, omdat hier de bad trip pas echt begint. Ik ben mezelf helemaal kwijt. Ik weet niet meer wie ik ben, wat ik hier doe, wat mijn verleden is, enzovoorts. Wanneer ik naar mijn eigen armen keek herkende ik niets. Dít was echt eng. Ik ging piano spelen, the scientist, P2 zong mee. De tekst leek opeens heel toepasselijk. P2 kwam ineens met een goeie redenatie: misschien is het helemaal wel niet minder aan het worden, maar is dit gewoon een andere interpretatie van de trip. Andere omstandigheden, andere setting, dat verandert de interpretatie van de trip. Ik wist dat dit waar was, de trip was gewoon nog lang niet afgelopen. Hier besefte ik dat mijn vorige redenatie, dat dit de realiteit was met flarden trip, niet klopte. Alles was trip.
P2 en P3 zaten op de bank en concludeerden dat ze geen klok meer konden lezen. P3 gaat slapen, uit pure wanhoop. P1 komt een tijd later naar beneden komt naar beneden, hij wijst ons erop dat P3 wellicht niet alleen moet liggen, omdat de situatie te absurd beangstigend was. Ik en P2 waren het daar wel mee eens, maar waren zelf te druk met onzelf rechtzetten om ons daar direct druk over te kunnen maken. Na 5 minuten tv kijken met P2 en zinloos commentaar op de tv leveren, besluit ik te gaan slapen (P2 dus ook). We probeerden goed commentaar te leveren, maar ik had een helder moment en besefte dat onze kritiek heel erg slecht was. Op dat soort heldere momenten leek het alsof ik deels terug was in de realiteit, maar nog steeds heel dom, angstig, en zonder te weten hoe ik me normaal gesproken zou gedragen. Het leek zinloos om te blijven zitten, er kwam geen einde aan en alles was onwennig, beangstigend en arelaxt. We gingen slapen omdat we niet meer wisten wat we moesten doen om normaal te worden. Eenmaal in bed begon de bad trip pas écht.
Dit deel is het moeilijkst te beschrijven. Je stemming (emoties en dus gedachten) veranderen steeds, dus je blijft vechten. Vechten is moeilijk uit te leggen, maar het was puur vechten in je hoofd. Het was duidelijk dat ik geen controle meer had over mezelf, en dat ik iets anders dan mezelf in mijn eigen hoofd had gelaten, een plek waar nooit iemand of iets had mogen komen. In de bad trip zong ik in mijn hoofd constant de zanglijn van Im Yours (jason mraz), om niet aan bepaalde dingen te hoeven denken. Ik weet niet meer precies welke dingen dat waren, en of het uberhaupt concrete dingen waren, maar het uitbannen van bepaalde gedachten en gevoelens leek de enige manier om te vechten. Ik wilde niet gaan slapen, omdat ik niet wist hoe ik wakker zou worden. Op heldere momenten was ik er zeker van dat we morgen nog steeds naeffecten zouden voelen, dat iedereen half paraniode, schizofreen of gek zou zijn, en dat de vakantie zou eindigen. Dat ik naar een psychiater moest, dat iedereen naar zijn ouders zou gaan. Ik was er ook van overtuigd dat er een ambulance gebeld zou moeten worden voor iemand. Voor de duidelijkheid: dit soort gedachten waren geen hallucinaties of verzinsels: we waren er allen zo slecht aan toe dat het niet meer dan logisch was dat iemand er zijn hele leven last van zou hebben.
De situatie was zo wanhopig dat ik toen ik net in bed kroop eigenlijk bij mijn moeder wilde zijn, een basisemotie, omdat ik nog nooit zo ziek, schizofreen, gestoord, en rijp voor het gesticht was als toen. P2 had dit ook, bleek de volgende dag. Ik doe pogingen tot herinneren wie ik ben, urenlang, een helse lijdensweg. Het voelt als heroine-afkicken, als een extreme, zeer beangstigende koortsdroom. De afkickscene uit trainspotting is een treffende vergelijking. Ik wist vrij zeker dat ik niet meer normaal zou worden, en was er op slechte momenten van overtuigd dat het nooit zou eindigen.
N.B.
Uiteindelijk is alles goedgekomen en heeft niemand er iets ernstigs aan overgehouden. Het was vooral een heel leerzame (levens)ervaring, omdat het mij eindelijk de ernst van drugs heeft bijgebracht, iets wat ik jarenlang niet heb begrepen. Ik wil benadrukken dat de bad trip het meest verscrhrikkelijke moment uit mijn leven was, maar ook dat een bad trip maar 1 op de 1000 keer plaatsvindt. Wat je met die informatie doet, moet je zelf weten. Besluit je toch om paddo’s te nemen en wil je een dergelijke ervaring voorkomen, neem dan mijn adviezen:
- vertrouwde locatie. Dit klinkt afgezaagd, maar het had in mijn geval kunnen voorkomen dat alles heel onwennig en vreemd leek, concreet dat we de werkelijkheid niet meer herkenden.
- nuchter persoon erbij. Er zijn momenten dat ik dacht dat er geen werkelijkheid meer bestond behalve het kringetje waarin ik zat. Dit klinkt absurd. Juist daarom moet je een nuchter persoon hebben die je kan vertellen dat het allemaal trip is, want daar ga je echt aan twijfelen.
- NOOIT proberen de trip te beindigen, je moet erin meegaan, als je het gaat beindigen creeer je paniek. Mijn trip duurde 6 uur, als ik niet na 2 uur tevergeefs geprobeerd had het te beindigen was het wellicht niet misgegaan.
- Voor de wijsneuzen en slimmeriken: ga niet tijdens de trip analyseren wat jij en wat de anderen ervaren. Dit lukt namelijk niet en dat kan paniek veroorzaken.
Groet en sterkte, George.
We zijn rond zonsondergang begonnen, en zijn op een kleed met kussens in het gras gaan zitten met waxinelichtjes om elkaars gezichten in het donker te kunnen zien. Kleuren zijn warm, overal hangt een mist in de verte. Dingen lijken precies een Salvador Dali schilderij. De contouren van alles nabij lijkt scherp, maar met een soort gloed eromheen. De sterkte van de trip fluctueert om de paar seconden, waardoor iedereen in een andere fase zit, en op een andere gevoelslijn. Daardoor zegt iedereen dingen die anderen niet kunnen begrijpen, wat een gesprek voeren compleet onmogelijk maakt.
Omdat je niet kan converseren met elkaar ben je in feite alleen. Je realiseert je dat, en neemt tegelijkertijd alleen nog maar je eigen kleine wereldje waar. Alles is zo surreeel, en je begint te geloven dat er niets meer is dan het kringetje waar je in zit. Alleen nog deze vage, tijdsloze eenzame wereld. Een soort schilderij. We dachten dat we in een schilderij zaten. P1 en ik begrijpen elkaar hier ineens wel, en P2 een seconde later ook. Er is niks meer dan het kringetje. Geen geheugen, geen wereld, geen objecten, alleen nog het schilderij. Paniek slaat toe, iedereen wil eruit. Ik besluit, tot mijn eigen schande (op dat moment) dat ik toch echt druivensuiker wil eten. Wanneer ik dit zeg, blijkt dat iedereen het ook wil. Dan weet ik dat het mis is. Paniek slaat toe, iedereen eet suiker, kaarsjes uit, wegwezen. Zodra we in de buurt van het huis komen weet ik dat het mis is. Ik probeer zelfverzekerd te beseffen dat alles maar een trip is, maar 2 seconden later zijn je gevoelens anders en denk je er heel anders over. Je beeld van het huisje veranderd ook steeds. Niets klopt meer. Eerst alles juist, nu niks meer. Je herkent het huisje niet meer, niets betekent iets. Iedereen lijkt precies hetzelfde te hebben. Iedereen zoekt dingen die een verbinding leggen met de werkelijkheid .
P1 en P2 praten op P3 in dat alles goed komt, maar niemand lijkt het zeker te weten. P3 is er drastisch slecht aan toe: ‘Ik denk niet dat ik ooit nog normaal word.’ Er wordt een nep gesprek gevoerd over P3’s propedeuse, in een poging tot normaal handelen. Ik sta buiten op dat moment, het bliksemt overal, en een kerkklok luidt op de achtergrond. De visuele effecten maken het heel surreeel. Het huisje lijkt niet echt te zijn, maar een soort droom. Niets in het huisje lijkt een betekenis te hebben, niks erin valt te begrijpen.
Iedereen zoekt realiteit. Bij P2 slaat paniek ook toe: ‘Ik ga het ff op mezelf uitzoeken, iedereen moet het even oplossen’. Ik besluit dat ook te doen, zij het op een wat minder dramatisch manier. Ik ga buiten staan en besef dat alles een trip is. Nog geen seconde later slaan mijn gevoelens om, en kan ik niet meer beseffen dat het een trip is. Ik verdwaal in mijn gedachten, zo diep, dat ik ervan duizel. Na 10 seconden is deze ernstige periode weer minder en heb ik weer zelfbesef: ‘wow dit is echt fucking niet normaal. Dat je zulke dingen kan denken en zo weer kan omschakelen.’ Een seconde later was ik het weer kwijt. Ik besloot te gaan zitten. Het licht van het tuinhuisje creerde een enorme schaduw van mij waar ik naar keek. Eerst zag ik mezelf, maar na een minuut of wat realiseerde ik me dat ik het de hele tijd heel anders had gezien, als een soort zwart blok en veel groter dan het was. Ik was weer weggezonken besefte ik, en ik besloot op te staan, nog steeds hevig onder de indruk van de trip. In het huisje lijkt iedereen een band met de realiteit te zoeken. P2 kijkt tv, P3 gaat gewoon kapot. P2 begint te ijlen: ‘Waarom is de tv zo eng? Hoe, he? Hoe moet ik normaal doen? Laten we eens gewoon doen. Waarom is alles zo eng?’ Ik had op dat moment een antwoord klaar: ‘Net waren we in de trip, vermengd met kleine delen van realiteit. Dat voelde goed. Nu zitten we in de realiteit met stukken trip erdoorheen. Dit trip zwakt af, dat maakt alles eng.’ Ik had het gezegd en was het direct vergeten. P2 ook, ik moest het opnieuw zeggen: ‘Onthoud maar gewoon dat we het net wisten, dat is genoeg.’ Een minuut later weet ik het weer.
De situatie verandert, ik loop wat rond met wat frisdrank. In de keuken stort ik bijna in, mentaal, omdat hier de bad trip pas echt begint. Ik ben mezelf helemaal kwijt. Ik weet niet meer wie ik ben, wat ik hier doe, wat mijn verleden is, enzovoorts. Wanneer ik naar mijn eigen armen keek herkende ik niets. Dít was echt eng. Ik ging piano spelen, the scientist, P2 zong mee. De tekst leek opeens heel toepasselijk. P2 kwam ineens met een goeie redenatie: misschien is het helemaal wel niet minder aan het worden, maar is dit gewoon een andere interpretatie van de trip. Andere omstandigheden, andere setting, dat verandert de interpretatie van de trip. Ik wist dat dit waar was, de trip was gewoon nog lang niet afgelopen. Hier besefte ik dat mijn vorige redenatie, dat dit de realiteit was met flarden trip, niet klopte. Alles was trip.
P2 en P3 zaten op de bank en concludeerden dat ze geen klok meer konden lezen. P3 gaat slapen, uit pure wanhoop. P1 komt een tijd later naar beneden komt naar beneden, hij wijst ons erop dat P3 wellicht niet alleen moet liggen, omdat de situatie te absurd beangstigend was. Ik en P2 waren het daar wel mee eens, maar waren zelf te druk met onzelf rechtzetten om ons daar direct druk over te kunnen maken. Na 5 minuten tv kijken met P2 en zinloos commentaar op de tv leveren, besluit ik te gaan slapen (P2 dus ook). We probeerden goed commentaar te leveren, maar ik had een helder moment en besefte dat onze kritiek heel erg slecht was. Op dat soort heldere momenten leek het alsof ik deels terug was in de realiteit, maar nog steeds heel dom, angstig, en zonder te weten hoe ik me normaal gesproken zou gedragen. Het leek zinloos om te blijven zitten, er kwam geen einde aan en alles was onwennig, beangstigend en arelaxt. We gingen slapen omdat we niet meer wisten wat we moesten doen om normaal te worden. Eenmaal in bed begon de bad trip pas écht.
Dit deel is het moeilijkst te beschrijven. Je stemming (emoties en dus gedachten) veranderen steeds, dus je blijft vechten. Vechten is moeilijk uit te leggen, maar het was puur vechten in je hoofd. Het was duidelijk dat ik geen controle meer had over mezelf, en dat ik iets anders dan mezelf in mijn eigen hoofd had gelaten, een plek waar nooit iemand of iets had mogen komen. In de bad trip zong ik in mijn hoofd constant de zanglijn van Im Yours (jason mraz), om niet aan bepaalde dingen te hoeven denken. Ik weet niet meer precies welke dingen dat waren, en of het uberhaupt concrete dingen waren, maar het uitbannen van bepaalde gedachten en gevoelens leek de enige manier om te vechten. Ik wilde niet gaan slapen, omdat ik niet wist hoe ik wakker zou worden. Op heldere momenten was ik er zeker van dat we morgen nog steeds naeffecten zouden voelen, dat iedereen half paraniode, schizofreen of gek zou zijn, en dat de vakantie zou eindigen. Dat ik naar een psychiater moest, dat iedereen naar zijn ouders zou gaan. Ik was er ook van overtuigd dat er een ambulance gebeld zou moeten worden voor iemand. Voor de duidelijkheid: dit soort gedachten waren geen hallucinaties of verzinsels: we waren er allen zo slecht aan toe dat het niet meer dan logisch was dat iemand er zijn hele leven last van zou hebben.
De situatie was zo wanhopig dat ik toen ik net in bed kroop eigenlijk bij mijn moeder wilde zijn, een basisemotie, omdat ik nog nooit zo ziek, schizofreen, gestoord, en rijp voor het gesticht was als toen. P2 had dit ook, bleek de volgende dag. Ik doe pogingen tot herinneren wie ik ben, urenlang, een helse lijdensweg. Het voelt als heroine-afkicken, als een extreme, zeer beangstigende koortsdroom. De afkickscene uit trainspotting is een treffende vergelijking. Ik wist vrij zeker dat ik niet meer normaal zou worden, en was er op slechte momenten van overtuigd dat het nooit zou eindigen.
N.B.
Uiteindelijk is alles goedgekomen en heeft niemand er iets ernstigs aan overgehouden. Het was vooral een heel leerzame (levens)ervaring, omdat het mij eindelijk de ernst van drugs heeft bijgebracht, iets wat ik jarenlang niet heb begrepen. Ik wil benadrukken dat de bad trip het meest verscrhrikkelijke moment uit mijn leven was, maar ook dat een bad trip maar 1 op de 1000 keer plaatsvindt. Wat je met die informatie doet, moet je zelf weten. Besluit je toch om paddo’s te nemen en wil je een dergelijke ervaring voorkomen, neem dan mijn adviezen:
- vertrouwde locatie. Dit klinkt afgezaagd, maar het had in mijn geval kunnen voorkomen dat alles heel onwennig en vreemd leek, concreet dat we de werkelijkheid niet meer herkenden.
- nuchter persoon erbij. Er zijn momenten dat ik dacht dat er geen werkelijkheid meer bestond behalve het kringetje waarin ik zat. Dit klinkt absurd. Juist daarom moet je een nuchter persoon hebben die je kan vertellen dat het allemaal trip is, want daar ga je echt aan twijfelen.
- NOOIT proberen de trip te beindigen, je moet erin meegaan, als je het gaat beindigen creeer je paniek. Mijn trip duurde 6 uur, als ik niet na 2 uur tevergeefs geprobeerd had het te beindigen was het wellicht niet misgegaan.
- Voor de wijsneuzen en slimmeriken: ga niet tijdens de trip analyseren wat jij en wat de anderen ervaren. Dit lukt namelijk niet en dat kan paniek veroorzaken.
Groet en sterkte, George.
Voelde me na die trip echt super. Maar wilde het vorige week nog eens proberen, was alleen thuis had verder geen afspraken die dag en ben ik ze om 9 uur smorgens op een nuchtere maag gaan eten (1 bakje). Maar ik wist eigenlijk niet echt wat nog meer wilde gaan doen, dan te 'mediteren' op de paddos. Na een 1 uur 1,5 uur aan het trippen te zijn probeerde ik weer in die zelfde diepte te komen als vorige keer, maar dit lukte voor geen meter. Ik bleef maar over alles nadenken enzo en was erg onrustig, en voelde me ook redelijk kut, terwijl het de vorige keer(idd meer aan t einde van de trip), heel gemakkelijk ging en me gewoon kon laten 'wegglijden'. Maar ik lees net in de reactie van je dat je dit ook idd niet in het begin moet doen. Lukt dit bij jou dan ook nooit in het begin? En kan je dit dus beter doen als je bijna bent uitgetript of meer in het midden van je trip?