Trippen op de BHO my story ....
Het verhaal door haar eigen ogen en ziel vertaalt op papier:
Mijn hele lichaam is bedekt door een vlammenzee. Vanuit mijn kleine teen tot in mijn haarwortels voel ik het vuur branden. Rook en vlammen circuleren langs mijn huid. Is het vuur koud of warm? Ik heb geen idee. Een paar minuten geleden zat ik nog aan de hasjpijp van mijn vriend (de ‘Oliebaron’) te lurken. Nu lig ik als een knetterend haardvuur op zijn waterbed. Wat is dit heftig! Jezusmina! De lichamelijke sensaties zijn zo sterk dat mijn geest het niet bij kan benen en langzaam afdruipt. Shakespeare zei ooit: ‘Het is de geest die het lichaam verrijkt.’ In dit geval is het de THC die het lichaam verrijkt. De geest mag blij zijn als hij ook mee mag spelen.
Langzaam raakt mijn lichaam gewend aan de vlammen. Als een naderende bliksem, flitsen er elektrische signalen door mijn zenuwstelsel. Steeds meer, steeds langer en steeds heftiger. Een bolbliksem raast langs mijn ruggenwervel en baant zich een weg door mijn lichaam, willekeurige ledematen die zijn pad kruisen worden geëlektrocuteerd. Ik voel mijn benen schokken, mijn vingerkootjes vertonen stuiptrekkingen en mijn gezicht vertoont onnatuurlijke grimassen. Een epileptische aanval, lijkt het wel. Het wordt te heftig. Ik ben alle controle kwijt. De THC is de baas en stuurt een leger kampbeulen door mijn lichaam om eens goed huis te houden. Mijn geest kan slechts toekijken en de klappen opvangen. Een oneerlijke strijd. Hoe kan ik het als 26-jarig meisje ooit opnemen tegen een troep op hol geslagen THC-hooligans? Het is maar hasjolie, spreek ik mezelf toe. Hasjolie. Hasjolie. Hasjolie. In mijn gedachten plaats ik een groot vraagteken achter dit woord. Hoe kan het dat ik na drie trekjes van een waterpijp, een gevoel ervaar dat ver boven de grens van mijn heftigste paddotrip ligt? Ben ik allergisch? Ligt het aan mij? Of is de ‘Oliebaron’ die naast me ligt in staat een ‘goedje’ te produceren onder het pseudoniem ‘hasjolie’ waar al mijn lichaamscellen van gaan trippen?
De hand van de “Oliebaron’ streelt langs mijn rug. Normaal gesproken, we kennen elkaar een week, zou dit subtiele gebaar direct leiden tot een kloppend klitje, opzwellende lipjes en een hele natte poes. Maar nu niet. Ik voel zijn handen een ‘vreemd’ lichaam betasten, mijn eigen lichaam. Mijn geest zweeft ergens door de duistere slaapkamer. Hij voelt het lichaam, maar is er van ontvreemd. Ik voel me als een opgebaard lijk dat wordt aangerand door een necrofiel. Dit is geen lijkenneuker, maar mijn schatje; een doorgewinterde hasjjunk die mijn onuitputbare libidobron heeft aangeboord. Momenteel ben ik tot niks in staat, geen conversatie, geen kriebel over mijn rug, geen seks. Ik ben een echte vrouw, blijkt. Seks is voor mij iets geestelijks. Als de geest gewillig is, is het lichaam zwak. Aangezien mijn geest zich mijlen verderop bevindt, ligt mijn libido daar ook. Momenteel verkeer ik in een staat die ik maar zal benoemen als: één grote chaos. Mijn geest is niet meer in staat tot communiceren en wordt paniekerig bij de gedachte dat het lichaam mijn schatje dadelijk wat aandoet. Communiceren kan alleen als de golflengtes op elkaar zijn afgestemd. Op welke golflengte bevindt de ‘Oliebron’ zich? Focus meisje, spreekt mijn Superego me toe. In telegramstijl weet ik duidelijk te maken dat ik met rust gelaten wil worden. Niet doen! Stop! Laat me met rust! De ‘Oliebaron’ trekt zich terug. Hij begrijpt me. Gelukkig heb ik met een ervaringsdeskundige te maken.
Mijn volgende taak wordt lichaam en geest te herenigen. Ik besluit mijn lichaam te laten voor wat het is. Mijn geest draait overuren en probeert uit alle macht weer grip te krijgen op de wereld om zich heen. De bliksem uit mijn lichaam bevindt zich nu in mijn geest. Mijn geest dwaalt langs alle plekken waar hij tijdens zijn verblijf op aarde is geweest, naarstig op zoek naar een spijker om het onbegrip aan op te hangen. Ik maak een reis door mijn leven, beelden uit mijn jeugd, puberteit, studietijd flitsen voorbij. Honderden gedachteflitsen maar niet eentje die me kalmeert. Als een wanhopige lifter waar alle auto’s aan voorbij schieten, hoop ik te worden opgepikt om vervolgens veilig thuis te worden afgezet. Ik voel me de hoofdrolspeler in een film. Een film met vluchtige acteurs, snelle afwisselende scènes en hypnotische achtergrondmuziek. De muziek begint nu pas echt tot me door te dringen. Is de muziek een auditieve hallucinatie of staat er gewoon een cd op? Het antwoord op deze vraag moet ik schuldig blijven. Wel realiseer ik me dat de muziek van zeer groot belang is. De klanken zorgen voor eenheid. Het is de lijm die de boel nog enigszins bij elkaar houdt. Ondertussen vlieg ik als enige passagier door op mijn gedachtevlucht.
Gevoelens van mensen worden veelal bepaald door welk etiket ze ergens op plakken. Misschien ligt daar mijn redding? Er zijn dwalingen die vruchtbaarder zijn dan de waarheid, schiet het door mijn hoofd. Ik moet genieten van deze dwalende trip langs alle uithoeken van mijn ziel. Het is uniek en intens. Positief etiketteren wordt mijn devies. Deze gedachte brengt me tot rust. Voor korte duur weliswaar, want mijn lichaam laat weer van zich horen. Moeten plassen tijdens de seks, je maag horen knorren tijdens een presentatie. Dat verdomde lichaam, waarom kan je hem niet africhten als een hond? Mijn lichaam geeft dubbele signalen, ik kan mijn vinger er niet op leggen. Moet ik plassen? moet ik braken? moet ik boeren? Plassen is geen optie, de toilet bevindt zich immers op een andere planeet, braken is ook geen optie. Ik probeer te boeren, het lukt niet. Toch voel ik me vies.
“Oliebaron’ ligt nog steeds naast me. Hij denkt vast dat ik al in diepe slaap ben verzonken, schiet het door mijn hoofd. Ik lig namelijk al die tijd bewegingloos in bed. Ben me niet bewust van de tijd, maar mijn trip lijkt al een eeuwigheid te duren. Om mezelf in bescherming te nemen, vind ik dat mijn schatje op de hoogte moet zijn van de chaos in mijn brein. Ik krijg het voor elkaar te zeggen: ‘Van de buitenkant ziet het er misschien rustig uit, maar van binnen lig ik zware geestelijke arbeid te verrichten.’ Ik hoor hem lachen. Ben echter niet voorbereid op vragen over hoe en wat. Door mijn gedachtevluchten uit te spreken, probeer ik hem toeschouwer te maken van mijn verbeelding. Maar elk uitgesproken woord lost ter plekke op in het niets. Met het korttermijn geheugen van een goudvis, weet ik niet of de brei aan woorden te volgen is. Ik houd mijn mond. Terug naar die ene spijker die houvast bood: positief etiketteren. Proberen te genieten van de trip! Ik accepteer dat ik geen rationele verklaring paraat heb voor deze psychedelische reis. Het is een unieke, spirituele ervaring waarvan ik blij moet zijn, die te mogen meemaken. Ik laat de THC zijn werk doen, probeer niet teveel na te denken en val uiteindelijk in slaap.
Een paar uur later word ik wakker. Ik ben geil, een vertrouwd gevoel. Geest en lichaam zijn weer herenigd. Ik kruip op mijn slapende ‘Oliebaron’ om hem eens goed leeg te rijden.